27.05.2012

Gerard van Maasakkers – D’n boom

Gerard van Maasakkers trad eerst in de voetsporen van zijn vader die hovenier was. Dus ging hij via de Middelbare Tuinbouwschool en de Hogere Opleiding voor Tuin en Landschapsarchitectuur naar de Hogere Bosbouw en Cultuur-technische School. Maar de muziek won het uiteindelijk toch.

Van Maasakkers was jarenlang alleen wereldberoemd in Brabant, totdat in 2003 zijn album Vol dagen uitkwam en heel Nederland ineens interesse toonde. Ik genoot van nummers als De lucht zit nog vol dagen, Mee en dan en Liedje van altijd en wilde hem zien optreden in zijn eigen Brabantse land. Zo zag ik hem in Zundert en dat was een heel bijzondere ervaring, omdat iedereen in het Brabants meezong en alles verstond wat hij zei en zong. In 2008 zag ik hem met Jeroen Zijlstra en Lydia van Dam in de prachtige muziektheatervoorstelling Troost. Dit jaar won hij, zeer verdiend, de Annie M.G. Schmidtprijs (voor het beste theaterlied) voor Zomaar onverwacht.

Begeleid door het Magogo Kamerorkest, zingt één van mijn favoriete Nederlandse zangers over zijn vader, de hovenier.

D’n boom
Ik heb m’n pyama an,
maar ik hoef nog nie naar bed.
Onze vader zit te werken
hee de radio zachtjes aangezet.
“Mag ik komen kijken, papa?
Kijken wa ge doet?”
Hij zee, “Jongen,
kom maar hier op mijne knie.
Kom ‘s kijken wa da’k zie.”

Hier komt ‘t water
en daor ‘nen boom.
Hier komt ‘nen trap,
vur ‘t uitzicht naor later.
Hier komt de schaduw,
en daor ’t licht.
En later wordt di’ hier
een prachtig gezicht.

Op de taofel ligt ’n tekening.
Hij zee “Di ’s ‘ene plattegrond.
Di ’s een huis, en vurde mensen
die daor wonen,
kijk ik wa-t-er rond om hene kumt.”
“Papa, kumt er ook ‘ne lindenboom,
net zoals bij ons?”
Hij zee, “Jongen, vur da huis
d’r kumt ‘ne lindenboom,
ik zet ‘m zelf in de grond.”

Hier komt ‘t water
en daor dien boom.
Hier komt ‘nen trap,
vur ‘t uitzicht naor later.
Hier komt de schaduw,
en daor ’t licht.
En later wordt di’ hier
een prachtig gezicht.

Onze vader is Onzen Lieven Heer
op de vierkante meter.
Maar van onkruid en luizen en zo meer,
moes onze vader niks weten.

Onze vader is doodgegaan,
op ‘ene mooie lentedag.
Onze Lieven Heer ha ‘nen tuinman nodig,
logisch da’t-ie aan onze vader dacht.
Maar hier stao die groten boom,
die hij nog hee geplant.
Die groeit tot aan d’n hemel
en die wortelt in ’t zand.

Hier is ‘t water
en daor dien boom.
Hier is den trap,
naar ‘t uitzicht van later.
Hier is de schaduw,
en daor ’t licht.
En dit blijft altijd
een prachtig gezicht.

Reageer