Posts Tagged ‘Graham Nash’


22.11.2020

Graham Nash – Try To Find Me

Try To Find Me is een bijzonder lied van de Engelse singer/songwriter Graham Nash, dat hij hier zingt tijdens een optreden in 1991 in San Francisco. Het raakt me, want het doet me denken aan mijn broer, die jaren geleden in de isoleer was opgenomen en totaal platgespoten was. Maar gelukkig was hij toch in staat me met een blik vol angst op te roepen hem terug te vinden en te helpen. En daar heb ik vervolgens naar gehandeld en met behulp van mijn andere broers en een second opinion is het ons uiteindelijk gelukt hem uit de kliniek weg te krijgen, waar zijn klachten totaal verkeerd waren ingeschat.

Het nummer zou ook kunnen gaan over iemand met dementie, maar de achtergrond is toch iets anders. Het lied is verbonden met  de drie gehandicapte kinderen van Neil Young. Zeke & Ben hebben allebei de erfelijke aandoening spastische cerebrale parese en Amber lijdt aan epilepsie. Zeke is de zoon van actrice Carrie Snodgrass. Terwijl Ben & Amber de kinderen zijn van Young’s tweede vrouw singer/songwriter & filantropist Pegi Young (1952-2019). Zij heeft in 1986 The Bridge School opgericht in Hillsborough (California) voor kinderen met spraak en fysieke handicaps. En samen met Neil organiseerde ze van 1986 tot 2016 jaarlijks het tweedaagse Bridge School Benefit Concert waar in de loop der jaren veel bekende artiesten optraden, zoals Mumford & Sons, Crosby Stills Nash & Young, Don Henley, Bob Dylan, Tracey Chapman, Jackson Browne, Steve Miller, James Taylor, Elton John, Bonnie Raitt, Simon & Garfunkel, Pearl Jam, The Pretenders, David Bowie, Patti Smith, REM, The Who, Tom Waits, Brian Wilson, Red Hot Chili Peppers, Paul McCartney, Norah Jones, Fleet Foxes, Buffalo Springfield, Tony Bennett, Diana Krall, Elvis Costello, Bruce Springsteen & Metallica.

Volgens Nash kwam zijn inspiratie voor het lied bij zijn toenmalige vrouw actrice Susan Sennett vandaan. Zij zag op de Bridge School twee jonge gehandicapte kinderen, waarvan de ene de andere troostte door haar hand uit te steken om hem gerust te stellen dat alles goed zou komen. Toen Nash dat verhaal van haar hoorde was hij zo geraakt dat hij dit lied schreef.

Try To Find Me
I’m in here,
with a lonely light,
but maybe you can see me.
But I’m in here,
with my mind on fire.
Do your best and try to find me.

Under me there’s a lovely life,
that screams for a little daylight.
Oh and through my eyes.
I can see for sure,
and my soul shines on.
So try to find me.

‘Cause I’m trapped
in the web of a dark night.
Won’t you please
be my bridge into daylight?
Cause when I know I am loved
I’m all right.
So try to find me.

Try to find me.
‘Cause I’m trapped
in the web of a dark night.
Won’t you please
be my bridge into daylight?
Cause when I know I am loved,
I am all right.
So try to find me.

Oh hear my heart.
It’s the same as yours,
but it beats with a distant thunder.
Oh and I’m still, still in here,
with my heart so pure.
I can say no more.
But won’t you unlock my door,
and try to find me.

02.03.2014

Graham Nash – Simple Man

Bij een afterparty na een concert van The Hollies in Ottawa (Canada) in 1967, zag Graham Nash een mooie blonde vrouw alleen in een hoekje zitten. Hij ging naar haar toe om zichzelf voor te stellen. “I know who you are”, zei ze, “That’s why I’m here.” Deze schoonheid was Joni Mitchell en Nash was gelijk verkocht: “She was the whole package: a lovely, sylphlike woman with a natural blush, like windburn, and an elusive quality that seemed lit from within.” Ze nam hem mee naar haar hotelkamer en overrompelde hem totaal door, zichzelf begeleidend op de gitaar, 15 prachtige songs ten gehore te brengen. Zulke muziek had hij nog nooit gehoord. Het werd een magische nacht.

Twee jaar later ontmoette hij deze bijzondere vrouw weer bij een feest van David Crosby. Ze nam hem bij de arm en zei, “Come to my house and I’ll take care of you.” Haar huis in Laurel Canyon (Los Angeles) bleek heel bijzonder, “built in the 1930s by a black jazz musician: knotty pine, creaky wooden floors, a couple of cabinets full of beautifully coloured glass objects and Joan’s artwork leaning discreetly here and there.” Op een grijze dag in het voorjaar bracht Mitchell een vaas mee naar huis en zette er bloemen in uit de tuin, terwijl Nash de haard aanstak en zo beleefden ze samen een bijzonder huiselijk moment. Een heel gewoon moment in een leven en een relatie dat verder verre van gewoon was. Dezelfde dag schreef Nash het prachtige Our House (1970): “I’ll light the fire, you place the flowers in the vase that you bought today. (…) Our house is a very, very, very fine house, with two cats in the yard, life used to be so hard, now everything is easy ’cause of you.”

Joan (zoals hij haar noemde) en Willy (haar bijnaam voor hem) hadden het goed samen. Zoals je ook kunt merken uit het lied Willy dat Mitchell over “my man” schreef in 1970. Daarin zegt ze: “Willy is my child, he is my father. I would be his lady all my life. He says he’d love to live with me, but for an ancient injury, that has not healed. He said, I feel once again, like I gave my heart too soon. He stood looking thru the lace, at the face on the conquered moon, and counting all the cars going up the hill, and the stars on my window sill. There are still more reasons why I love him: Willy is my joy, he is my sorrow. Now he wants to run away and hide, he says our love cannot be real. He cannot hear the chapel’s pealing silver bells, but you know it’s hard to tell, when you’re in the spell if it’s wrong or if it’s real. But you’re bound to lose. If you let the blues get you scared to feel. And I feel like I’m just being born, like a shiny light breaking in a storm. There are so many reasons why I love him.”

In Juni 1970 ging het mis in hun relatie. Mitchell voelde zich beperkt door Nash en stuurde hem, terwijl ze op reis was in Europa, een telegram dat het einde betekende: “If you hold sand too tightly in your hand, it will run through your fingers. Love, Joan.” Allebei waren ze er verdrietig over. Zij schreef over haar gevoelens op haar album Blue (1971), zoals in My Old Man: “But when he’s gone, me and them lonesome blues collide. The bed’s too big, the frying pan’s too wide.” En ook het schitterende River (1971)  gaat over de bruik: “I made my baby cry. He tried hard to help me, you know he put me at ease. He loved me so naughty he made me weak in the knees. I wish I had a river I could skate away on. I’m so hard to handle. I’m selfish and I’m sad. Now I’ve gone and lost the best baby that I’ve ever had.”

Nash schreef zijn gebroken hart (de “break up blues” zoals hij zelf zei) van zich af met liederen voor zijn allereerste solo-album Songs For Beginners (1971), met daarop het schitterende Simple Man. Toen het lied eindelijk helemaal klaar was, wilde hij het spelen bij de openingsavond van een serie optredens van Crosby, Stills, Nash & Young. Vlak van te voren hoorde hij dat Mitchell in de zaal zou zitten die avond, helemaal vooraan, en dat gaf zijn performance een bijzondere lading, zeker omdat hij haar sinds de breuk niet meer had gesproken. Met ziel en zaligheid zong hij haar toe, in zijn eentje achter de piano, met de woorden die hij al zo vaak tegen haar had proberen te zeggen, “I just want to hold you, I don’t want to hold you down.” Hou dat in gedachten als je hem hier het lied hoort zingen, tijdens een optreden voor de BBC in September 1970 samen met David Crosby.

Simple Man
I am a simple man
So I sing a simple song
Never been so much in love
And never hurt so bad
At the same time

I am a simple man
And I play a simple tune
Wish that I could see you once again
Across the room
Like the first time

Just want to hold you
Don’t want to hold you down
Hear what you’re saying
And you’re spinning my head around
And I can’t make it alone

The ending of the tale
Is the singing of the song
Make me proud to be your man
Only you can make me strong
Like the last time

Just want to hold you
Don’t want to hold you down
I hear what you’re saying
And you’re spinning my head around
I can’t make it alone

05.05.2013

David Crosby & Graham Nash – Guinnevere

De Songcatcher is gek op meerstemmigheid in de muziek. En wat mij betreft zijn de samenzang en de harmonieën van David Crosby en Graham Nash de mooiste in de popmuziek. Eind jaren 60 en begin jaren 70 voegden ze iets nieuws toe aan het harmoniseren. Niet de voorspelbare terts en kwint bovenop de melodie, zoals toen gebruikelijk was, maar nieuwe complexe en bijzondere variaties, zoals het weglaten van de grondtoon en daarvoor in de plaats sexten, septiemen of negens er bovenop. Dat maakt hun meerstemmigheid zo uniek en tegelijkertijd zo herkenbaar, waardoor je hun geluid onmiddellijk herkent als ze met andere artiesten meezingen.

Guinnevere komt van het eerste album van Crosby, Stills & Nash uit 1969. Het mooie aan deze versie uit een concert bij de BBC in 1970, is dat hier de tweestemmige vocalen van Crosby & Nash schitterend tot hun recht komen, omdat ze improviseren in hun samenzang, waardoor je heel goed hoort hoe prachtig en bijzonder het is wat ze doen.

Volgens David Crosby is Guinnevere de beste song die hij ooit heeft geschreven. Het lied beschrijft drie verschillende vrouwen uit zijn leven: Joni Mitchell, Christine Hinton (zijn eerste grote liefde, die overleed door een auto-ongeluk in 1969) en een vrouw wiens identiteit hij heeft beloofd niet prijs te geven.

Guinnevere
Guinnevere had green eyes,
like yours, mi’lady, like yours.
When she’d walk down through the garden,
in the morning after it rained

Peacocks wandered aimlessly,
underneath an orange tree.
Why can’t she see me?

Guinnevere drew pentagrams,
like yours, mi’lady, like yours.
Late at night when she thought
that no one was watching at all.
On the wall.

She shall be free.

As she turned her gaze,
down the slope to the harbour,
where I lay
anchored such a short day.

Guinnevere had golden hair,
like yours, mi’lady, like yours.
Streaming out when we’d ride
through the warm wind down by the bay.
Yesterday.

Seagulls circle endlessly,
I sing in silent harmony.
We both shall be free.