03.06.2018

Snarky Puppy & Shayna Steele – Gone Under

Ik luister graag naar de Amerikaanse jazz-band Snarky Puppy, vanwege hun retestrakke spel. De “fusion-influenced jam band” uit Brooklyn werd in 2004 opgericht door gitarist, producer en componist Michael League.

Het is “fasten your seatbelts” in het heftige nummer Gone Under, dat geschreven en gezongen werd door de Amerikaanse soul en gospel singer/songwriter Shayna Steele. Het nummer komt van het live-album Family Dinner Volume 1 uit 2013 waarop Snarky Puppy samenspeelt met allerlei vocalisten, zoals Lalah Hathaway en Magda Giannikou (van Banda Magda). Er is ook een Family Dinner Volume 2 uit 2016 waarop o.a David Crosby, Laura Mvula, Jacob Collier en Susana Baca te horen zijn.

Gone Under
My heart bleeds, I am broken.
And I got nowhere to go.
There’s this thing holding me down,
And I’m at an all-time low.

I can’t sleep, but I keep my eyes closed.
Can’t even think of moving ahead.
I can’t breathe, this battle I’m loosing.
This weary body been there for days.

I’m going under, under the water.
I’m drowning my sorrows,
and burdens away.

I feel this house, every corner.
Nothing left but bad memories.
Can’t sit up, up in here no more.
Pretending that I’m already free.

I think twice, try’na stop me.
I’ll bring you down like gravity pulls.
Can’t take back, what’s been done to me.
Last time I made you look like a fool.

I’m going under, under the water.
I’m drowning my sorrows,
and burdens away.

Ohohoh, no more, no more, no more,
no worry no more.

I need fate, I need you my Lord.
So tired I don’t know what to do.

I even think I need you Lord.
So tired I don’t know what to do
I need fate, I need you Lord.
So tired.

Don’t want to go under,
under the water.
I’m drowning my sorrows,
and burdens away.

Don’t want to go under,
under the water.
Cleansing my sorrows,
and burdens away.

Hey, no more, no more, no more,
no worry no more.

I’m going under, under the water.
I’m drowning my sorrows,
and burdens away.
Don’t want to go under, yea!

20.05.2018

Jono McCleery – Dinner at Eight

Ik heb een website ontdekt met veel mooie muziek: Laurel Canyon Music (die je hier kunt vinden). Laurel Canyon is een wijk van Los Angeles waar midden jaren 60 en begin jaren 70 veel muzikanten woonden. Carole King, Joni Mitchell, Crosby, Stills & Nash, Frank Zappa, John Mayall, The Doors, The Byrds, The Eagles en nog heel veel meer. Op de website vind je muziek van nu in die sfeer, met singer/songwriters, folkmuziek en country & americana.

Zo ontdekte ik de Engelse singer/songwriter Jono McCleery. Hij werd doof geboren en ontdekte geluiden pas vanaf zijn 5e levensjaar. Nu maakt hij bijzondere muziek en zingt hij die met een heerlijke baritonstem. Luister maar eens naar zijn versie van Dinner at Eight, dat komt van zijn coveralbum Seeds of a Dandelion (2018).

Dinner at Eight is een nummer van Rufus Wainwright uit 2003 dat staat op zijn derde album Want One. Het lied gaat over een botsing tussen Rufus en zijn vader, singer/songwriter Loudon Wainwright, tijdens een etentje. Rufus zat hem te jennen, door te zeggen dat hij na al die jaren dankzij hem nu herontdekt werd en zelfs in het tijdschrift Rolling Stone stond. Zo ging het gesprek heen en weer, totdat zijn vader hem zelfs dreigde te vermoorden. Toen Rufus thuis kwam schreef hij het lied als een reactie daarop. Het nummer vertelt ook het verhaal van de scheiding van zijn ouders, Loudon en Kate McGarrigle (1946-2010) en de impact die het op hem had.

Dinner at Eight
No matter how strong,
I’m gonna take you down
with one little stone.
I’m gonna break you down
and see what you’re worth.
What you’re really worth to me.

Dinner at eight was okay
before the toast full of gleams.
It was great until those old magazines,
got us started up again.
Actually it was probably me again.

Why is it so,
that I’ve always been the one who must go.
That I’ve always been the one told to flee.
When in fact you were the one long ago.
Actually. In the drifting white snow.
You left me.

So put up your fists
and I’ll put up mine.
No running away
from the scene of the crime.
God’s chosen a place
somewhere near the end of the worlds.
Somewhere near the end of our lives.

But ‘til then no,
Daddy, don’t be surprised.
If I wanna see the tears in your eyes,
then I know it had to be long ago.
Actually. In the drifting white snow
You loved me.

06.05.2018

Gé Reinders – Blaosmuziek

Een prachtig lied vind ik Blaosmuziek van de Limburgse singer/songwriter Gé Reinders. Hij speelt het hier samen met het Metropole Orkest tijdens het Gala van het Nederlandse lied in 2000. Het komt van zijn album D’n Haof uit 1999.

In het nummer geeft Reinders een beeld van een klein Limburgs dorpje op zondagochtend met een kerk, twee cafés, en met muziek van de fanfare. Daarnaast legt hij uit welke muziekinstrumenten een fanfare gebruikt en komen ze geleidelijk aan tot leven, met hun toeters en bellen.

Blaosmuziek
Ich had al twee maedjes gezeen,
mit achter op allebei unne saxofoon.
Witte bloes, blauw boks,
mit gael bieze en pas gepoetste sjoon.
Nog boete ’t dörp heurde ich
’t geretteketet van ’n trompet.
Genog gewanjeld, hiej drinke veur os get.
In de eerste sjtraot rook ’t van wiet weg,
en ich dacht verrek,
hiej trek nag emus sondigse soep.
Det leeg geträöt van die trombones
trokke os nao veure euver de sjtoep.
Biej de kerk waare natuurlik weer
twee cafe’s aan ’n plein.
En sjpeelde ’n fanfaar heel fijn.

Blaosmuziek op eine sjone zondigmorge.
Blaosmuziek bleust mich ómver.
Mit toeters en bellen ’n verhaol vertelle.
Zondigmorge blaosmuziek, blaos mich riek.

Gaef mich eine bloasbas
veur ’t sjtevig fundament.
Gaef mich sjuve en saxe
veur de moere van dees muziektent.
’t Vergulde kaopere daak
waert door de bugels en trompette gemaak.
En dan heurs se

Blaosmuziek op eine sjone zondigmiddeg.
Blaosmuziek bleust mich omver.
Mit toeters en belle ’n sjoon verhaol vertelle.
Zondigmorge blaosmuziek, blaos mich riek.

Gaef mich blaosmuziek op eine sjone zondigmorge.
Blaosmuziek bleust mich bleust mich nao hoes.
Mit toeters en belle ’n pracht verhaol vertelle.
Zondigmorge blaosmuziek, blaos mich riek.

22.04.2018

Fabrizio Cammarata – Hold and Stay

Een interessante singer/songwriter is de Italiaan Fabrizio Cammarata. Luister maar eens naar zijn lied Hold and Stay. Het nummer komt van zijn EP In Your Hands uit 2017.

Volgens Cammarata gaat het lied over “afstand en afscheiding in een relatie”. De hoofdpersonen “blijven weg van elkaars geheimen om in een sentimentele comfort zone te kunnen blijven zitten” en die splitsing leidt uiteindelijk tot problemen.

Samen met de Italiaanse zanger Antonio Di Martino heeft Fabrizio Cammarata een album gemaakt met muziek van de legendarische Costa Ricaans-Mexicaanse zangeres Chavela Vargas (1919-2012). Het heet Un Mondo Raro (2017) en een mooi nummer ervan is Pensami, dat hier door hen wordt vertolkt.

Hold and Stay
Well if you see me,
and if you got a secret,
please hold it.
Hold it till I’m gone.
Hold it till I’m gone.

I wouldn’t notice,
if not for the way
you seem to fear me.
Hold it till I’m on my way.
Hold it till I’m here to stay.
Everybody loves them blues,
I know I do.

Now do you see me?
And did you know
the moon tonight is in Cancer?
Hold it till I’m on my way.
Hold it till I’m here to stay.
Everybody loves them blues,
I know I do.

Hold it till I’m on my way.
Hold it till I’m here to stay.
Everybody loves them blues.
This one is for you.

Hold it till I’m on my way.
Hold it till I’m here to stay.
Everybody loves them blues.
Everybody loves but you.
Everybody loves.

08.04.2018

Adam Cohen & Lana Del Rey – Chelsea Hotel No. 2

Vandaag al weer het 200e lied op de Songcatcher blog sinds 25 januari 2010, toen ik er mee begon. Ik heb er nog steeds veel plezier in en ik hoop jij ook.

Adam Cohen & Lana Del Rey brengen een heel spannende & intense versie van het lied Chelsea Hotel No. 2, dat Leonard Cohen (1934-2016) schreef in 1972. Ze spelen het tijdens een eerbetoon aan hem in Montreal in november 2017. En ik hang aan hun lippen.

Het lied gaat over het nachtelijke avontuur van Leonard Cohen en Janis Joplin (1943-1970) in het Chelsea Hotel in New York in 1968. Hij ontmoette haar in de lift. “She wasn’t looking for me, she was looking for Kris Kristofferson; I wasn’t looking for her, I was looking for Brigitte Bardot. But we fell into each other’s arms through some process of elimination.” 

Later had Cohen spijt dat hij haar in het openbaar genoemd had en noemde hij het “an indiscretion for which I’m very sorry, and if there is some way of apologising to the ghost, I want to apologise now, for having committed that indiscretion.”

Janis Joplin was minder enthousiast over de nacht die ze samen doorbrachten. Ze zei er over: “I live pretty loose. You know, balling with strangers and stuff. Sometimes you’re with someone and you’re convinced that they have something to tell you. So maybe nothing’s happening, but you keep telling yourself something’s happening—innate communication. “He’s just not saying anything. He’s moody or something.” So you keep being there, pulling, giving, rapping. And then, all of a sudden about four o’clock in the morning you realize that, flat ass, this motherfucker’s just lying there. He’s not balling me. I mean, that really happened to me. Really heavy, like slam-in-the-face it happened. Twice. Jim Morrison and Leonard Cohen. And it’s strange ‘cause they were the only two that I can think of, like prominent people, that I tried to … without really liking them up front, just because I knew who they were and wanted to know them. And then they both gave me nothing. I don’t know what that means. Maybe it just means they were on a bummer.”

Chelsea Hotel No. 2
I remember you well at the Chelsea Hotel.
You were talkin’ so brave and so sweet.
Givin’ me head on the unmade bed,
while the limousines wait in the street.

And those were the reasons and that was New York.
We were livin’ for the money and the flesh.
And that was called love for the workers in song.
Probably still is for those of them left.

But you got away, didn’t you babe.
You just turned your back on the crowd.
You got away, I never once heard you say.
I need you, I don’t need you.
I need you, I don’t need you.
And all of that jiving around.

I remember you well at the Chelsea Hotel.
You were famous, your heart was a legend.
You told me again, you preferred handsome men.
But for me you would make an exception.

And clenching your fist, for the ones like us,
who are oppressed by the figures of beauty.
You fixed yourself, you said, “Well, never mind,
we are ugly but we have the music”

But you got away, didn’t you babe.
You just turned your back on the crowd.
You got away, I never once heard you say.
I need you, I don’t need you.
I need you, I don’t need you.
I need you, I don’t need you.
And all of that jiving around.

I don’t mean to confess that I loved you the best.
I can’t keep track of each fallen robin.
I remember you well at the Chelsea Hotel.
That’s all babe, I don’t even think of you that often.